MYTHEN & FEITEN
Zoals beschreven in het boek ''het gedwongen onderwijs voorbij'' van Peter Hartkamp.



MYTHE:
Onderwijs is leren

 Het kan best zijn dat iemand iets leert tijdens een les op school, maar vaak wordt er veel meer geleerd buiten de formele lessituatie. Onderwijs beperkt zich vooral tot instructie, maar leren is een individuele activiteit die in je eigen hoofd en/of lichaam plaatsvindt.
FEIT: “Een kilo onderwijs resulteert vrijwel nooit in een kilo leren.”



MYTHE: 
Meer onderwijs is beter

40-50 % van de kinderen op de basisschool haalt niet het vereiste onderwijsniveau. 
Van de Nederlandse bevolking is circa 10 % analfabeet of laaggeletterd en kan een vergelijkbaar percentage nauwelijks rekenen. Dit zijn allemaal mensen die jarenlang gedwongen op school hebben gezeten. Wordt dit probleem opgelost met méér gedwongen onderwijs? Er is geen wetenschappelijke onderbouwing dat ons huidige gedwongen onderwijs goed is. Er zijn wel aanwijzingen dat minder gedwongen onderwijs beter is.
FEIT: “Betere leerprestatie door minder lesuren.”

MYTHE: Leerplicht voorkomt kinderarbeid

Als we het gedwongen verblijf op school vergelijken met het verblijf in een fabriek, is school dan zo veel beter?

Kinderen zitten vaak in slecht onderhouden en onhygiënische gebouwen met een slechte luchtkwaliteit.

Hier worden ze iedere dag gedwongen te doen waar ze niet zelf voor kiezen.

Ze maken vaak lange dagen, niet in de laatste plaats door al dat huiswerk dat ze opkrijgen.

Kinderen die het tempo niet bij kunnen houden, moeten vaak in de pauzes of na schooltijd hun achterstand inhalen.

Uitingen van kinderen die niet mee kunnen komen of andere ideeën hebben over hun onderwijs worden afgedaan als probleemgedrag of als psychische problemen (gelabeld als ADHD, ADD etc). Deze kinderen krijgen vervolgens drugs als Ritalin om binnen het systeem te kunnen functioneren.

FEIT: “School is gewoon kinderarbeid”.

  

MYTHE: Kinderen pesten nu eenmaal

Pesten is een veel voorkomend verschijnsel op scholen.

Ondanks alle moeite die door de overheid, scholen en docenten gedaan wordt om pesten te voorkomen en te bestrijden, neemt het geweld alleen maar toe.

De gevolgen van pesten beperken zich niet tot de periode dat kinderen op school zitten. Ook in hun latere leven kunnen de gevolgen zich op ernstige wijze manifesteren.

Alle acties tegen pesten worden genomen binnen het systeem van het gedwongen onderwijs.

Nergens wordt gekeken naar het systeem van gedwongen onderwijs zelf.

Wanneer de oorzaken van pesten worden onderzocht komt één aspect duidelijk naar voren:  bij pesten is er altijd sprake van machtsongelijkheid.

FEIT: “Scholen houden door hun autoritaire systemen het pesten in stand”.


MYTHE: Kinderen hebben sturing nodig

Veel volwassenen vinden kinderen onbekwaam en daarom vinden ze dat kinderen gestuurd en begeleid moeten worden.

Deze aanname is zo sterk dat hij de afgelopen honderd jaar stevig in de onderwijs wet-en regelgeving is verankerd. De sturing en begeleiding heeft tot doel kinderen zo goed mogelijk voor te bereiden op een leven waarin ze zelfredzaam zijn, bij kunnen dragen aan de samenleving en verantwoordelijkheid kunnen nemen.

Zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid op deze of andere wijze verwoord, staan meestal niet ter discussie en zijn in de mensenrechtenverdragen terug te vinden.

Waar wel veel discussie over bestaat is hoe deze doelen het beste bereikt kunnen worden.

Door de wet-en regelgeving worden kinderen gedwongen steeds meer uren op de school door te brengen. Ook binnen de schoolmuren wordt de sturing steeds groter.

Meer verplichte vakken, meer toetsen. Maar kinderen hebben geen sturing nodig als de omgeving de mogelijkheden biedt voor zelfgestuurde ontplooiing. Sturing is dwang en in de meeste gevallen juist een belemmering voor de ontwikkeling en ontplooiing van kinderen.

 FEIT: “Meer dan 100 jaar gedwongen onderwijs heeft kinderen veel mogelijkheden tot ontplooiing ontnomen.”

MYTHE: Toetsen leidt tot beter onderwijs

Met toetsen zelf is niets mis.

Als je je kennis wilt testen of wilt weten hoe je er voor staat kun je een toets gebruiken.

Het aantal goede en foute antwoorden kan een indicatie geven van welke stof je beheerst en welke minder.

Toetsen zijn dan een hulpmiddel voor de leerling.

In het gedwongen onderwijs zijn toetsen echter tot doel verheven.

Om de effectiviteit van het onderwijs zelf te meten.

Om deze effectiviteit te kunnen meten stellen scholen het maken van toetsen verplicht.

En scholen hebben weinig keus, want de overheid dwingt ze er toe.

Leerlingen worden door leerkrachten en docenten zo goed mogelijk op de toetsen voorbereid.

De meeste toetsen controleren of kinderen goed kunnen reproduceren wat ze in de les is verteld.

Dit is het conditioneren van het denken van kinderen.

Eén van de gevolgen is dat de creativiteit, waar alle kinderen mee geboren worden ernstig wordt beschadigd.

 FEIT: “Het gedwongen onderwijs is een intellectuele dwangbuis voor kinderen”. 

MYTHE: Het onderwijs is divers

Er zijn in Nederland naast traditionele scholen, ook veel alternatieven zoals Montessorischolen, Vrije scholen, Freinetscholen en Daltonscholen.

Maar hoe divers is het onderwijs in Nederland echt?

in 1917 is artikel 23 van de grondwet aangepast om overheidsbekostiging van particuliere scholen mogelijk te maken. De woorden onderwijs en opvoeding werden door elkaar gebruikt en vrijheid was échte vrijheid. Er was geen inmenging van de Staat. Om diversiteit te behouden is het essentieel dat ouders de vrijheid hebben om te kunnen bepalen hoe ze hun kinderen opvoeden. Maar vrijheid van onderwijs is er heden ten dagen alleen in theorie. Door artikel 120 van de grondwet kunnen rechters wetten niet meer aan de grondwet toetsen. Dit geeft het parlement vrij spel om de grondwettelijke vrijheid van onderwijs in te perken met onderwijswetten.

FEIT: “Scholen worden in een keurslijf geperst”.


MYTHE: Burgerschapsvorming gebeurt op school

Burgerschapsvorming en integratie staat hoog op de politieke agenda.

Waar er op Europees niveau wordt gesproken over het ontwikkelen tot burger die kan functioneren in een democratie, wordt er in Nederland echter gewerkt aan het vormen van burgers.

Dit zijn twee hele verschillende zaken. Kunnen functioneren is iets anders dan gevormd worden.

Dit laatste lijkt meer op het in een mal persen.

Een door de overheid ontworpen mal met de vorm van een burger.

Scholen vormen een autoritaire omgeving waarin kinderen over zaken als het curriculum, toetsen, regels en regelhandhaving vrijwel niets te zeggen hebben.

Daarnaast kan men afvragen hoe het mogelijk is in een autoritaire omgeving respect voor kinderen te hebben. Dwang en respect staan diametraal tegenover elkaar.

FEIT: “In het gedwongen onderwijs is er weinig of geen respect voor kinderen”.

 

MYTHE: Diploma’s garanderen succes in het leven

School verlaten zonder diploma zou slecht zijn voor kinderen.

Daarom moeten kinderen sinds 2007 tussen hun zestiende en achttiende jaar op school blijven als ze geen diploma (MBO niveau 2, havo of vwo) hebben gehaald (de kwalificatiedwang).

Mensen tussen de achttien en drieëntwintig jaar worden uitgesloten van de bijstand als ze geen diploma hebben.

Ook scholen voelen de diplomadruk. Te lage examenresultaten betekent verscherpt toezicht en mogelijk zelfs financiële sancties.

Op de arbeidsmarkt kunnen kinderen niet zoveel met hun middelbare schooldiploma’s.

De voornaamste functie van een diploma is toegang verschaffen tot vervolgonderwijs.

Maar het argument dat een diploma aantoont dat iemand geschikt is een vervolgopleiding te doorlopen houdt geen stand.

Pabo’s klaagden enige jaren geleden dat veel van hun studenten het Nederlands dermate slecht beheersten dat ze eigenlijk ongeschikt waren voor de opleiding. En ook de rechtenfaculteit van de Erasmus Universiteit in Rotterdam kwam tot de conclusie dat het Nederlands van de rechtenstudenten zo erbarmelijk was dat ze geen wetsteksten meer konden doorgronden.

Het behalen van een diploma is het doel van de school geworden.

Scholen richtten hun programma’s sterk in op de bestaande diploma-eisen.

Dit betekent dat kinderen vooral op het verleden worden voorbereid in plaats van op de toekomst.

Diploma’s zijn geen garantie voor de toekomst in een wereld die steeds sneller verandert.

FEIT: “Diploma’s komen uit een tijd dat kennis en informatie schaars was”.

 

MYTHE: Docenten krijgen als professional alle ruimte

Docenten zijn de spil van het onderwijs.

In 2007 was er het plan om op jaarbasis 1,1 miljard euro extra uit te trekken voor kwaliteitsverbetering van het onderwijs en dat bedrag zou volledig ten goede moeten komen aan de docenten.

De parlementaire onderzoekscommissie Dijsselbloem, die in 2008 onderwijsvernieuwing onderzocht, concludeerde o.a. dat de professionaliteit van scholen en docenten beter moet.

In 2013 lag er een voorstel voor de Wet lerarenregister om een dwingende beroepsregistratie aan alle leraren op te leggen.

De effecten van alle inmenging door de overheid worden zichtbaar.

De motivatie van docenten wordt steeds lager. Onderwijs is de sector met het hoogste ziekte verzuim. Stress en burn-out komen veelvuldig voor.

Veel nieuwe regelgeving heeft extra controle tot gevolg.

FEIT: “De overheid lijkt vooral uit wantrouwen te handelen”.

 

MYTHE: Je mag niet met kinderen experimenteren

Sinds de opkomst van massa onderwijs wordt er met andere vormen van onderwijs geëxperimenteerd.

Wat veel van de vernieuwers bindt is de afkeer van dwang op kinderen.

Lev Tolstoj was één van de eersten die al in de 19e eeuw een school opzette op basis van juist de afwezigheid van macht en dwang.

Maria Montessori richtte een school op op basis van de natuurlijke drang van kinderen tot zelfontplooiing.

Rudolf Steiner startte zijn onderwijsbeweging op basis van zijn antroposofische ideeën.

Alexander Sutherland Neill richtte in 1921 de democratische school Summerhill op.

In eigen land begon Kees Boeke in 1926 met De Werkplaats.

Deze scholen hadden gemeen dat ze kinderen serieus namen en werkten op basis van een meer vrije pedagogie.

Met het opbouwen van de verzorgingsstaat sinds 1945 is de staat steeds meer voor burgers gaan regelen en bepalen.

Zo ook ten aanzien van het onderwijs, waar de overheid al erg veel invloed op had.

 FEIT: “Het grootste onderwijsexperiment van de laatste 100 jaar is het experiment wat wij nu regulier onderwijs noemen”.